2234

Een verhaal :

Op YouTube vind je ook een videofilm van ongeveer 8 minuten met een beschrijving van haar leven : toets in bij Google ‘video Gianna Molla’.

Aanvullende teksten:

Hoe het begint…

De seksuele relatie tussen twee mensen staat in principe open voor nieuw leven, voor de scheppende kracht van God. Wanneer mensen van elkaar houden, groeit meestal het verlangen om een kind te krijgen. Binnen ons geloof is een heel belangrijk uitgangspunt dat er een band bestaat tussen voortplanting en de huwelijksdaad.

Maar niet iedere vrouw wordt zwanger. Wat nu als je niet op natuurlijke wijze zwanger kunt worden? Dat is altijd een erg verdrietige en bijzonder emotievolle ervaring. Het is vaak moeilijk daar mee om te gaan. Want hoewel vanuit de christelijke geloofswereld intens wordt meegeleefd met een getroffen echtpaar, blijft de bijbelse (dus goddelijke) scheppingsgedachte toch ook hier een belangrijke rol spelen. Normalerwijze is ieder menselijk leven dat ontstaat door middel van de intimiteit tussen man en vrouw vanuit de huwelijksliefde een gevolg van natuurlijke, door God gewilde, processen. We weten echter ook dat allerlei factoren de natuurlijke processen kunnen verstoren. Dat kan mede een gevolg zijn van de door God aan de natuur toegekende vrijheid.

Een kind op bestelling?

De wetenschap is tegenwoordig in staat door middel van een ‘in vitro fertilisatie, kunstmatige bevruchting’ aan menige kinderwens tegemoet te komen.

Wat gebeurt er feitelijk? Kijken we naar enkele voorbeelden:

·         Bij IVF (In vitro fertilisatie of reageerbuisbevruchting). worden aan vrouwelijke eicellen in een reageerbuis een grote hoeveelheid mannelijke zaadcellen toegevoegd. De kans is aanzienlijk dat meerdere eicellen bevrucht worden en dan zijn er even zovele embryo’s ontstaan (naar christelijke opvatting ‘mensjes’ met een ziel). Nu worden enkele levensvatbare embryo’s in de baarmoeder van een vrouw geplaatst en de overige bewaard voor een volgende poging, of weggedaan (vernietigd), met name als ze afwijkingen vertonen.

·         Een andere, steeds meer bekendheid krijgende behandeling is de zogenaamde sperma-injectie, die met name wordt toegepast als de man weinig (gezond) zaad heeft Met een vreemd woord heet dat ‘intracytoplasmatische sperma-injectie of ICSI. In feite is dit een variant op IVF, waarbij het sperma, na preparatie, rechtstreeks in de geprepareerde eicel wordt gebracht. Bevruchting heeft hier eveneens plaats buiten de lichamen van de man en vrouw. Een medicus of bioloog verricht bepaalde voorgeschreven handelingen en het is de deskundigheid van die derde die het welslagen van de ingreep bepaalt. Wat kleeft hier voor bezwaar aan in christelijke zin? Welnu, er is geen sprake van een lichamelijke seksuele huwelijksdaad van beide echtelieden. Het leven en de eigenheid van het embryo worden toevertrouwd aan de macht van medici of biologen en niet aan de macht van God. Er is sprake van een overheersing van de technologie ten aanzien van het ontstaan en de bestemming van de menselijke persoon. Niet de natuurlijke wetten zoals door God in gang gezet krijgen hier een kans zich te ontplooien, maar technisch ingrijpen in die natuurwetten bepalen op subjectieve wijze (door de persoon van de arts/bioloog) het resultaat.

Zie Dignitas personae, een instructie van de Congregatie voor de Geloofsleer, nrs. 14-16 over IVF en nr. 17 over ICSI.

Voor dit document, zie: http://www.rkdocumenten.nl/rkdocs/index.php?mi=600&doc=2764&id=0

Vragen:

1.      Weet je wat het standpunt van de Kerk is in deze kwesties?

2.      Kun je ook aangeven waarom de Kerk reageert zoals zij doet?

3.      Zie je een relatie met de inhoud van eerdere teksten over de waardigheid van de mens (vorige bijeenkomst 9)?

[einde kader]

Een andere tekst luidt:

Wat de behandeling van onvruchtbaarheid betreft, nieuwe medische technieken moeten drie fundamentele zaken eerbiedigen: het recht op leven en op lichamelijke integriteit van iedere mens van de conceptie tot de natuurlijke dood; de eenheid van het huwelijk, dat wil zeggen de wederzijdse eerbied voor het recht binnen het huwelijk vader of moeder te worden alleen samen met de huwelijkspartner; de bijzondere menselijke waarden van seksualiteit die vereisen “dat het voortbrengen van een menselijke persoon wordt verwezenlijkt als de vrucht van de specifieke huwelijksdaad van liefde tussen de echtgenoten. Technieken ter bevordering van de voortplanting “moeten niet worden afgewezen omdat ze kunstmatig zijn. Als zodanig getuigen ze van de mogelijkheden van de medische kundigheid, maar ze moeten vanuit moreel gezichtspunt worden beoordeeld met betrekking tot de waardigheid van de menselijke persoon, die geroepen is de goddelijke roeping te verwezenlijken in de gave van de liefde en de gave van het leven” In het licht van dit principe moeten alle technieken van heterologe kunstmatige bevruchting, alsook de technieken van homologe kunstmatige bevruchting 23 die de huwelijksdaad vervangen, uitgesloten worden. Technieken echter die dienen als hulp voor de huwelijksdaad en de vruchtbaarheid daarvan zijn wel toegestaan. De Instructie Donum Vitae stelt: “De arts staat in dienst van de personen en de menselijke voortplanting: hij heeft geen bevoegdheid over hen te beschikken of te beslissen. Een medische ingreep respecteert de waardigheid van de personen, wanneer ze de huwelijksdaad tracht te ondersteunen om de voltooiing ervan te vergemakkelijken of haar doel te helpen bereiken wanneer ze normaal ten uitvoer is gebracht”. En met betrekking tot homologe kunstmatige bevruchting wordt gesteld: “De homologe kunstmatige inseminatie binnen het huwelijk kan niet worden toegestaan, behalve in het geval dat het technische middel niet ter vervanging van de huwelijksdaad wordt aangewend, maar dient om deze te vergemakkelijken en te helpen haar natuurlijk doel te bereiken.”

Technieken die erop gericht zijn obstakels voor natuurlijke bevruchting weg te nemen, zoals bijvoorbeeld hormoonbehandelingen of een chirurgische ingreep in geval van beperkte endometriose, om verstopte eileiders open te maken of eileiders te herstellen, dat is allemaal toegestaan. Al deze technieken kunnen worden beschouwd als authentieke behandelingen, omdat het echtpaar – als het probleem dat de onvruchtbaarheid veroorzaakte is opgelost – in staat is de huwelijksdaad te voltrekken, die tot voortplanting leidt, zonder dat de handeling van de arts rechtstreeks interfereert met de daad zelf. Geen van deze behandelingen vervangt de huwelijksdaad, die alleen leidt tot werkelijk verantwoordelijke voortplanting.

Om de vele onvruchtbare stellen die kinderen willen te hulp te komen, moet adoptie worden aangemoedigd, bevorderd en vergemakkelijkt door gepaste wetgeving, zodat vele kinderen die geen ouders hebben een thuis kunnen krijgen dat bijdraagt tot hun menselijke ontwikkeling. Bovendien moeten onderzoek en investering gericht op het voorkomen van onvruchtbaarheid worden bevorderd.

(Nrs. 12-13)

De menselijke embryo

We weten tegenwoordig, vanuit de wetenschap, veel over menselijke biologische structuren en het proces van de menselijke voortplanting. Vanuit diverse disciplines wordt stevig nagedacht over bijvoorbeeld antropologische, filosofische, theologische en ethische aspecten die hiermee samenhangen. Dat gebeurt ook binnen het katholieke geloof, vooral ook omdat er nogal verschil van inzicht bestaat binnen de maatschappij (op allerlei deelgebieden) over het vraagstuk van wat nu ‘menselijk leven’ betekent of inhoudt. Een discussie die steeds oplaait is verbonden met de vraag wanneer nu menselijk leven een aanvang heeft genomen of wanneer ‘verder leven’ niet meer ‘waardig’ is door bijvoorbeeld intense fysieke en psychische aftakeling. De standpunten van een christelijke en een modern-autonome mensvisie liggen hier soms ver uit elkaar.

De kerkelijke leer neemt echter duidelijk stelling. Voor wat betreft de aanvang van menselijk leven is de opvatting dat sprake is van ‘ontstaan’ bij de conceptie, wanneer een zaadcel met een eicel is versmolten. Daar waar de wetenschap dus slechts een klompje cellen ziet (embryo), is de opvatting binnen ons geloof dat in feite een menselijk wezen is ontstaan. Het embryonale menselijke lichaam ontwikkelt zich namelijk verder volgens een duidelijk omlijnd programma met een eigen doelmatigheid en dat neemt een aanvang tijdens de ontvangenis, het moment van bevruchting van een eicel waardoor versmelting van twee geslachtskernen plaatsvindt.

Maar biologisch onderzoek moet toch kunnen doorgaan in het belang van de wetenschap?

Het is zonder meer waar dat ontwikkelingen op wetenschappelijk-medisch gebied een grote bijdrage kunnen leveren aan een beter menswaardig leven. Als allerlei ziekten bestreden kunnen worden door bijvoorbeeld diepgaand DNA-onderzoek en onderzoek aan stamcellen, dan bestaat daar geen bezwaar tegen. Maar dat betekent niet dat de wetenschap zó ver mag gaan dat bij wetenschappelijke proeven menselijk leven te pas en te onpas wordt vernietigd. Of dat bij onderzoek (uitsluitend) gestreefd moet worden naar het toelaten van ‘volmaakte’ mensen in de wereld. Menselijk ingrijpen dus in biologisch-chemische processen. We komen dan gevaarlijk dicht in de buurt bij de ideologie van de eugenetica, hetgeen betekent ‘goed geboren’. Hier krijgen alleen nog gezonde mensen het recht om zich voort te planten zodat er (naar verwachting) alleen nog gezonde kinderen geboren kunnen worden.

De Catechismus van de Katholieke Kerk ziet het zó:

‘De ingrepen op het menselijk embryo kunnen als geoorloofd beschouwd worden, op voorwaarde dat ze het leven en de integriteit ervan eerbiedigen en dat ze geen buitensporig grote risico’s voor het embryo meebrengen, maar integendeel de genezing, de verbetering van de gezondheidstoestand of het individueel voortbestaan ervan beogen.

Het is immoreel menselijke embryo’s te produceren met de bedoeling ze te gebruiken als biologisch beschikbaar materiaal.

Sommige pogingen om de erfelijke eigenschappen van chromosomen te beïnvloeden of genen te beïnvloeden zijn niet therapeutisch bedoeld, maar beogen de productie van menselijke wezens, geselecteerd op basis van het geslacht of op basis van vooropgestelde kwaliteiten. Deze ingrepen zijn in strijd met de persoonlijke waardigheid van het menselijk wezen, met zijn integriteit en zijn identiteit.’ (CKK 2275)

Sommige gedachten en handelwijzen op het gebied van de voortplanting, de gen- en biotechnologie, gaan dus in tegen de ethische opvattingen zoals de Kerk die hanteert. Want wat volmaakt leven is, wat (nog) werkelijk menswaardig leven betekent, maakt in eerste instantie niet de mens uit. Noch is voor een oordeel omtrent menselijk leven bepalend of een embryo reeds bewustzijn heeft, pijnprikkels kan voelen of het vermogen tot communiceren heeft.

Het uitsluitende criterium is dat wat (al) mens genoemd kan worden schepping van God is, begiftigd met een ziel, beeld van God is en dat God die mens door alles heen oneindig lief heeft. Jezus laat in zijn Bergrede heel duidelijk zien wat menselijke waardigheid inhoudt. En als je dat goed leest dan valt op hoe dat in directe relatie staat tot hetgeen we vinden bij de Tien Geboden.

En nú het vijfde gebod weer wat ruimer gezien…

Door het vijfde gebod zijn volgende ingrepen verboden.

‘Moord en medeplichtigheid aan moord. Verboden is het moorden tijdens een oorlog. Verboden is de abortus van een mens vanaf het moment van de conceptie. Verboden is zelfdoding en zelfverminking of zelfvernietiging. Verboden is ook euthanasie, dat wil zeggen het doden van gehandicapte, zieke en stervende mensen.

Vandaag de dag wordt het verbod op doden vaak met schijnbare humanitaire argumenten omzeild (red. als zou het bijvoorbeeld beter zijn voor de lijdende mens en voor de betrokken familie of verzorgenden). Noch euthanasie, noch abortus zijn echter humane oplossingen. Daarom is de Kerk over dit soort vragen bijzonder helder. Ook wie zich schuldig maakt aan abortus, een ander mens daartoe dwingt of het ook maar adviseert, is – net als bij andere vergrijpen tegen het leven – automatisch geëxcommuniceerd. Wanneer een psychisch zieke mens zichzelf doodt, is de verantwoordelijkheid hiervoor niet zelden beperkt en zeer vaak zelfs geheel opgeheven.’ (Youcat 379)

‘Wetenschappelijke, psychologische of medische experimenten op levende mensen zijn alleen toegestaan als de te verwachten resultaten van belang zijn voor het menselijk welzijn en wanneer deze op geen enkele andere wijze kunnen worden verkregen. Dit alles mag echter uitsluitend met instemming van de betrokkenen plaatsvinden. Bovendien mogen de experimenten niet buitensporig riskant zijn.’ (Youcat 390)

Je merkt dat steeds weer het belang van het menselijk leven, omdat het een geschenk is van God en daardoor geheiligd, voorrang heeft boven alle ingrepen op het leven, hoe goed bedoeld ook. Bescherming van het zieke, oude en gehandicapte leven, liefdevolle aandacht en zorg tot het natuurlijke einde, behoort tot het gebied van de naastenliefde waartoe God ons oproept. Het begrip ‘actieve levensbeëindiging’ past niet binnen de opvatting van een christelijke naastenliefde, wél ‘levensbegeleiding tot het uiterste toe’. 

Pagina afdrukken | 2002 keer gelezen
Voor elke deelnemer is er voor elke bijeenkomst aanvullend materiaal beschikbaar. Indien er voor de begeleider aanvullend materiaal beschikbaar is, dan is dit vermeld in het begeleidersboek.
© 2012-2021 Bisdom Roermond